Karakteristiek

De bouwgeschiedenis van éen van de oudste kerken in het noorden van het land is zichtbaar in de zijmuren van tufsteen, het dwarsschip van kloostermoppen in combinatie met hergebruikte tufsteen, en het 13e-eeuwse bakstenen koor. Het interieur heeft een houten zoldering in het schip en in het dwarsschip, terwijl het koor afgedekt is met een koepelgewelf voorzien van beschilderde baksteenpatronen. In het interieur zijn muurschilderingen uit de vijftiende eeuw, waaronder die van de heilige Ursula. De 17e-eeuwse preekstoel is het enig overgebleven oude meubelstuk. De rest ging verloren bij een brand in 1957. Wel zijn er nog resten te zien van een 14-eeuws stenen doksaal. De Groninger schilder Henk Helmantel heeft hiervan een reconstructie geschilderd. Onder het koor bevindt zich een 16e-eeuwse grafkelder.

Open voor bezichtiging vanaf 1 april van 10u - 17u

Gebouwd rond circa 1050, is de zaalkerk van Leermens op een van de hoogste radiale wierden van de provincie, waarschijnlijk één van de oudste kerken in Noord-Nederland. Tussen 1170 en 1200 werden er diverse aanbouwen toegevoegd, waarschijnlijk aparte kapelruimten. Later kregen deze aanbouwen topgevels en werden het echte dwarspanden. In de 12e eeuw kreeg de kerk daarnaast een inspringend koor met halfronde apsis. Het schipwerd verhoogd met een rondboogfries, aan de zuidzijde rustend op kraagsteentjes in de vorm van beestenkoppen. De bouw van het laatromaanse koor halverwege de 13e eeuw was de laatste grote verandering.

De oorspronkelijke westtoren uit de 11e eeuw werd in 1190 vervangen door een breed bakstenen westfront met twee smalle torens. Het westfront was in de loop der eeuwen echter zo bouwvallig geworden, dat deze in 1822 werd vervangen door een houten dakruiter. De huidige dakruiter is na de brand van 1957 geplaatst. Deze brand, waarbij ook het Van Oeckelen-orgel verloren ging, zette aan tot een algehele restauratie.

Het koor heeft een meloenvormig koepelgewerf, met een geschilderd baksteenpatroon, waarschijnlijk van voor 1250. De acht ribben van het gewelf komen samen in een sluitring in de vorm van een rozet, waarin het Lam Gods is afgebeeld. Het rozet wordt omringd door acht passen, afwisselend gevuld met de symbolen van de vier evangelisten en bladornamenten. Van het gemetselde doksaal (uit 1250-60) rest slechts één boog in het zuiderdwarspand met daarop twee zwaargehavende schilderlagen. De oudste bevat passiescènes, met (vermoedelijk) de geboeide Christus aan de linkerkant, van de jongste laag resteren apostelfiguren met sterren. De overige schilderingen stammen uit de 15e eeuw: op de noordwand van het koor zien we restanten van St. Donatus of St. Nicolaas, op de zuidwand zijn St. Sebastiaan, de tronende Maria met kind en Sint Ursula met schuilende maagden onder haar mantel afgebeeld. De gekroonde figuur rechts van Sebastiaan zou keizer Diocletianus kunnen zijn.

Onder de kansel is een luik naar een lage, ruime kelder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst heeft gedaan als schuilkelder voor onderduikers.

De grafkelder onder het koor is vermoedelijk in de 16e eeuw gebouwd; in 1541 is Willem Clant hier begraven. Zijn grafzerk staat tegenwoordig in het noorderdwarspand tegen de muur.